Tandheelkundig Preventie Dashboard

Wat het is, wat het doet, en waarom het anders is.

Bij een periodiek onderzoek vraagt de behandelaar: "Hoe gaat het thuis met poetsen?" De patiënt antwoordt beleefd. De behandelaar kijkt in de mond en zegt: "Het ziet er iets beter uit dan de vorige keer." Niemand weet precies wat dat betekent. Niemand weet hoeveel beter. En de patiënt zeker niet.

Zo is het al decennia. Plak en bloeding worden beoordeeld op gevoel. Tussen collega's niet gekalibreerd, voor de patiënt niet zichtbaar, over de tijd niet vergelijkbaar. De PPS — het instrument dat tandartsen gebruiken bij periodiek onderzoek — meet pocketdiepte: het tertiaire resultaat van jarenlange plakaccumulatie. Nuttig voor behandelplanning. Maar voor preventie komt het te laat.

Het Tandheelkundig Preventie Dashboard begint eerder. Bij plak. Bij bloeding. En bij een getal.

Twee getallen, twee grafieken

De meting bestaat uit twee afzonderlijke indices, elk op dezelfde tien interproximale ruimtes: vijf in de bovenkaak en vijf in de onderkaak, startend mesiaal van het achterste goed doorgebroken element.

De plakscore (PAI) wordt bepaald nadat de patiënt zijn mond heeft aangekleurd met een kleurvloeistof. Per ruimte is de vraag: plak zichtbaar of niet? Tien keer ja of nee. 40% PAI betekent: bij vier van de tien ruimtes was plak aanwezig.

De bloedingsscore (PBAI) wordt bepaald door de interdentale papil mechanisch te stimuleren. Per ruimte is de vraag: bloeding aanwezig of niet? Tien keer ja of nee. 30% PBAI betekent: drie van de tien papillen bloedden.

De meting is uitvoerbaar door elke medewerker. Er is geen aanvullende opleiding voor nodig. Ze duurt minder dan een minuut. En ze levert een getal op dat bij elk volgend bezoek vergeleken kan worden met het vorige.

PAI staat voor Plaque Awareness Index. PBAI voor Papillary Bleeding Awareness Index. Beide zijn gebaseerd op de dichotome meetmethode: aanwezig of afwezig, tien punten, geen gradaties. Eenvoudig genoeg om consistent te meten, precies genoeg om trends te zien.

Wat de patiënt ziet

Na de meting genereert de behandelaar een QR-code. De patiënt scant die met de telefoon en opent zijn eigen dashboard. Geen app, geen account, geen wachtwoord. Gewoon een webpagina die zijn resultaten toont.

Wat hij ziet zijn twee grafieken, onder elkaar. De bovenste toont de PAI en PBAI over de tijd — de plak- en bloedingsscores bij elk bezoek, als twee lijnen die idealiter dalen. Maar de onderste grafiek is minstens zo interessant. Die toont wat de patiënt zelf doet: hoe vaak hij de rager, de stoker of de floss gebruikt, en hoe vaak en met wat voor tandenborstel hij poetst. De inspanning, in beeld.

Samen vertellen die twee grafieken een verhaal. Als de patiënt meer is gaan reinigen — de lijnen in de onderste grafiek stijgen — dan daalt de plak en het bloeden in de bovenste grafiek. Dat verband is niet uitgelegd door de behandelaar. De patiënt ziet het zelf. Zijn eigen inspanning, en het effect ervan. Dat is iets anders dan een folder over poetsen.

Boven de grafieken kunnen foto's verschijnen. De behandelaar toont na de meting een QR-code op het scherm. De patiënt scant die met zijn eigen telefoon en maakt zelf een foto — op zijn eigen moment, met zijn eigen apparaat. De QR is tien minuten geldig. Na het uploaden verschijnt de foto als markering in de grafiek, op de datum van die meting. Zo wordt de verbetering niet alleen zichtbaar in een getal, maar ook met het eigen oog. Het eigen gebit, over de tijd, vastgelegd met de eigen telefoon.

Wat de patiënt niet ziet: een oordeel. Er staat niet "goed gedaan" of "u doet het fout". Er is geen score die rood kleurt bij een slechte uitslag. De grafieken tonen wat er is. De patiënt trekt zijn eigen conclusies. Hij kan vragen stellen aan de praktijk, toestemming geven voor anoniem wetenschappelijk onderzoek, en zijn gegevens laten verwijderen als hij dat wil.

Het ontwerpprincipe heet "Mirrors, not teachers." Spiegels, geen leraren. De applicatie toont. Ze adviseert niet, ze beoordeelt niet, ze spoort niet aan. Dat is een bewuste keuze — en een die vraagt om een andere houding van de behandelaar.

De behandelaar verandert ook

Hier zit het meest onderschatte aspect van de applicatie. Preventieve voorlichting wordt in de praktijk zelden goed ontvangen, niet omdat patiënten onwillig zijn, maar omdat de manier waarop het wordt gebracht niet werkt. Informatie die wordt uitgestort over iemand die er niet om heeft gevraagd, wekt weerstand op. Dat geldt ook in de spreekkamer.

De applicatie lost dat niet op door de patiënt anders te benaderen. Ze lost het op door de behandelaar een ander gereedschap te geven. De meting vervangt de subjectieve indruk. De grafiek vervangt het verhaal. De behandelaar hoeft niet meer te overtuigen — hij laat zien. Hij hoeft niet te oordelen — de patiënt ziet het zelf. En hij hoeft niet teleurgesteld te zijn als de patiënt niet reageert. Dat is de verantwoordelijkheid van de patiënt.

Tandartsen zijn opgeleid om te handelen. Behandelen geeft voldoening. Preventie gaf dat lange tijd niet, omdat het resultaat onzichtbaar was en het succes moeilijk te meten. Met een PAI die daalt van 60% naar 20% over drie bezoeken is dat anders. De behandelaar ziet wat hij bereikt heeft. Zonder iets te hebben opgedrongen.

Follow-up die werkt

Wanneer een patiënt voor het eerst een interdentale instructie krijgt, bloedt het tandvlees de eerste dagen mogelijk. Dat is geen beschadiging — dat is een teken dat er al ontsteking aanwezig was. De meeste patiënten weten dat niet en stoppen ermee. Löe toonde in 1965 al aan dat dit bloeden verdwijnt, binnen twee weken, als de patiënt doorgaat.

De applicatie registreert wanneer een eerste interdentale instructie is gegeven. In het dashboard van de praktijkmanager verschijnt automatisch een taak: bel deze patiënt tussen dag drie en dag tien. Niet om te controleren. Om gerust te stellen. Dat ene telefoontje — "dat bloeden is normaal, ga gewoon door" — maakt het verschil tussen iemand die het volhoudt en iemand die stopt.

Dezelfde logica geldt voor de early recall-functie. Patiënten met hoge scores kunnen eerder worden teruggeroepen, op basis van een meting, niet op gevoel.

Wat de praktijk beheert

De praktijkmanager heeft een eigen dashboard. Daarin staan alle patiënten, hun laatste scores, een overzicht van openstaande acties en de mogelijkheid om instellingen te beheren. De manager ziet op één scherm of er berichten zijn binnengekomen van patiënten, of er interdentale follow-ups wachten, en of de early recall-percentages zijn ingesteld zoals gewenst.

De data blijft in de praktijk. Er zijn geen gedeelde databases, geen vergelijkingen met andere praktijken, geen ranglijsten. Wat de patiënt wil delen met de wetenschap, bepaalt hij zelf via zijn eigen dashboard.

De gedachte erachter

De applicatie is gebouwd op de Self-Determination Theory van Ryan en Deci — een van de best onderbouwde theorieën over menselijke motivatie. Die theorie stelt dat gedragsverandering het best beklijft als iemand zich autonoom voelt, competent, en verbonden met de mensen om hem heen.

De applicatie is zo ontworpen dat die drie behoeften worden ondersteund — voor de patiënt én voor de behandelaar. De patiënt bepaalt zelf wat hij met zijn data doet. Hij ziet zijn eigen vooruitgang. Hij communiceert met zijn praktijk op zijn eigen moment. De behandelaar heeft objectieve data die hij kan tonen zonder te oordelen, meet iets wat meetbaar is, en ziet het effect van zijn werk over de tijd.

Dat is de kern. Niet een app die gedragsverandering afdwingt. Maar een omgeving waarin gedragsverandering kan ontstaan — bij de patiënt én bij de behandelaar.


Het Tandheelkundig Preventie Dashboard is ontwikkeld door Hein van der Woerdt. De methodiek, het onderzoeksontwerp en de filosofie zijn zijn werk. De applicatie is beschikbaar voor tandartspraktijken en mondhygiënistenpraktijken in Nederland.