Preventie Dashboard

Enquête Preventie 2023

← Verantwoording

Enquête preventie 2023

Wat het onderzoek toevoegt aan bestaande publicaties

In december 2023 en januari 2024 werden 60 tandartsen en mondhygiënisten aangeschreven met vragen over declaratiecodes en de effectiviteit van preventie in de praktijk. 53 van hen reageerden — een responspercentage van 88%. De uitkomsten bevestigen wat in de literatuur al zichtbaar was, maar scherpen op een aantal punten aan wat elders impliciet bleef.

Het mechanisme achter de NZA-cijfers

De NZA registreert een 9:1-verhouding tussen M03 en M01/M02 in de volwassenenzorg, maar verklaart die niet. Dit onderzoek laat zien dat die verhouding voor een deel gemaakt is: zorgverleners declareren M01 bewust niet meer om conflict met patiënten te vermijden. Dat is fundamenteel anders dan dat instructie weinig wordt gegeven. Instructie wordt gegeven — maar niet gefactureerd. De NZA-statistieken onderschatten daarmee de omvang van de primaire preventie die in de praktijk wordt geleverd.

Tijd als psychologisch breekpunt

Dat M-codes meer klachten opleveren dan andere codes is ook elders waarneembaar. Minder evident is de verklaring: tijd is het enige element van een tandheelkundige behandeling dat patiënten zelf menen te kunnen controleren. Die controlebehoefte — niet de prijs, niet de kwaliteit — drijft de klacht. Het is een psychologisch mechanisme, niet een economisch.

M01 als betalen voor een gesprek

De weerstand tegen M01 is kwalitatief anders dan die tegen M03. Patiënten ervaren mondelinge instructie niet als behandeling. Dat is een perceptieprobleem, geen kwaliteits- of kostenprobleem. Het onderscheid maakt ook het aanknopingspunt voor een oplossing zichtbaar: niet een andere prijs, maar een andere framing — communicatie, visualisatie, zichtbaar bewijs dat er iets verandert.

De causaliteit is omgekeerd

De gangbare lezing van NZA-declaratiedata: weinig M01-declaraties betekent dat weinig instructie gegeven wordt. Dit onderzoek keert die causaliteit om. Instructie wordt wel degelijk gegeven, maar verdwijnt in M03 of wordt helemaal niet gedeclareerd. De verhouding tussen primaire en secundaire preventie in de statistieken is daarmee niet alleen een weerspiegeling van de praktijk — het is ook een artefact van declaratievermijding.

Welwillend maar machteloos

De literatuur beschrijft een gebrek aan preventie doorgaans als een capaciteits- of motivatieprobleem bij zorgverleners. De respondenten in dit onderzoek laten een ander beeld zien. De wil om preventief te werken is aanwezig; wat ontbreekt is een declaratiestructuur die simpel en duidelijk is en voorlichting incorporeert zonder de behandelrelatie te verstoren. Het vraagt om een duidlijke Richtlijn Preventie en bijbehorende declaratiestructuur.

Methode, data en citaten zijn te vinden in het uitgebreide artikel: Enquête preventie 2023 — volledig verslag.